Wie de naam Friso Delemarre opzoekt, komt al snel uit bij de gynaecologie, zwangerschap en wetenschappelijk onderzoek. Wie hem binnen het ZorgNetwerk Voor Ruiters (ZNVR) tegenkomt, ziet echter ook een andere kant van hem.
Friso is namelijk wat hij zelf graag gekscherend noemt de ‘huisgynaecoloog’ van het ZNVR. Niet omdat hij zelf fanatiek paard rijdt – dat doet hij niet – maar omdat paarden in zijn gezin nooit ver weg zijn. Zijn dochter heeft een eigen paard en ook zijn vrouw is een paardenmeisje. Zelf is Friso daarom regelmatig op stal te vinden om het paard van zijn dochter of vrouw naar de wei te brengen.
Die combinatie maakt hem voor het ZNVR interessant. Want de wetenschap achter zwangerschap, hormonen, bloedvaten en lichamelijke veranderingen lijkt misschien op het eerste gezicht ver van de paardensport af te staan. Maar wie beter kijkt, ziet juist veel raakvlakken.
Dat zijn vragen die niet alleen voor topsporters belangrijk zijn. Ook voor de recreatieve ruiter, de paardenverzorger en degene die iedere ochtend de stallen uitmest.
Friso Delemarre is gynaecoloog en promoveerde op vasculaire aspecten van de menselijke zwangerschap. In zijn wetenschappelijke werk onderzocht hij onder andere veranderingen in de bloedsomloop tijdens de zwangerschap, bloeddoorstroming, bloeddruk en de invloed van natriumbeperking. Zijn naam komt terug in verschillende wetenschappelijke publicaties over deze onderwerpen.
Dat klinkt behoorlijk medisch. En dat is het natuurlijk ook. Toch zit er een belangrijke les in die voor iedere sportende vrouw interessant is: het menselijk lichaam is geen statisch systeem.
Tijdens een zwangerschap verandert er ontzettend veel. De bloedsomloop past zich aan, het hart-vaatstelsel krijgt een andere belasting en ook de manier waarop het lichaam omgaat met vocht en bloeddruk verandert. Onderzoek van Delemarre en collega’s richtte zich onder andere op deze fysiologische aanpassingen.
Voor een ruiter betekent dat niet automatisch dat je moet stoppen met bewegen. Het betekent wel dat je moet leren luisteren naar wat je lichaam op dat moment nodig heeft. En dat is eigenlijk een heel ruitergerichte gedachte.
Want ook buiten een zwangerschap geldt: wat je gisteren kon, hoeft vandaag niet hetzelfde te voelen.
Zwangerschap en paardrijden kunnen prima naast elkaar bestaan, maar er is geen universeel antwoord op de vraag wanneer en hoe je kunt blijven rijden. Een zwangerschap verandert immers niet alleen je buik. Je hele lichaam verandert.
Je houding verandert. Je zwaartepunt verandert. Je belastbaarheid verandert. Je kunt sneller vermoeid raken. Je gewrichten en banden kunnen anders aanvoelen. En naarmate de zwangerschap vordert, verandert ook de manier waarop je beweegt.
Voor iemand die paardrijdt is dat extra interessant. Een paard reageert immers op het lichaam van zijn ruiter. Een kleine verandering in balans, spanning of bewegingsvrijheid kan al invloed hebben op de manier waarop je zit en je hulpen geeft.
Daarom is het belangrijk om zwangerschap niet alleen te bekijken vanuit de vraag: “Mag ik nog paardrijden?”
Een veel interessantere vraag is:
“Hoe kan ik mijn manier van bewegen en trainen aanpassen aan mijn lichaam van vandaag?”
Dat is precies het soort vraag waarbij verschillende professionals elkaar kunnen aanvullen.
Wanneer we het over paardensport en gezondheid hebben, denken we vaak automatisch aan het rijden. Maar wie een paard heeft, weet beter. Je bent ook bezig met voeren, poetsen, tillen, slepen, bukken, vegen, kruiwagens duwen en natuurlijk: stallen uitmesten. Voor je het weet heb je een flinke training achter de rug zonder dat je één minuut in het zadel hebt gezeten.
Juist voor zwangere ruiters en paardenliefhebbers is dat een belangrijk inzicht. Het totale plaatje van de dag telt mee. Een uur paardrijden kan op een bepaalde dag prima voelen, terwijl daarna drie stallen uitmesten, een zware kruiwagen verplaatsen en twintig minuten hooi tillen misschien nét te veel is. Daarom is het verstandig om niet alleen te kijken naar de vraag “Kan ik paardrijden?”, maar naar de totale fysieke belasting.
Dat geldt overigens voor iedereen. Ook als je niet rijdt, maar wel dagelijks op stal staat, is je lichaam aan het werk.
De wetenschappelijke artikelen waaraan Delemarre heeft meegewerkt gaan over verschillende onderwerpen. Zijn vroege onderzoek richtte zich sterk op de vaat- en bloeddoorstromingskant van zwangerschap. Zo werd onder andere gekeken naar veranderingen in de bloedeigenschappen tijdens de zwangerschap en naar de relatie met hypertensie en zwangerschapscomplicaties.
Ook onderzocht hij samen met collega’s de vraag of een natriumbeperkt dieet tijdens de zwangerschap zinvol was. In een Nederlandse publicatie uit 1999 werd gepleit voor een heroverweging van het destijds gebruikte advies om tijdens de zwangerschap sterk op zout te letten. Een andere publicatie onderzocht de invloed van een zoutarm dieet op de doorbloeding van de baarmoeder en placenta.
Wat hebben ruiters daar nu aan? Niet een nieuw dieetadvies. En zeker niet het advies om tijdens een zwangerschap zelf met zout, bloeddruk of voeding te gaan experimenteren.
De belangrijkste les is veel eenvoudiger: het lichaam past zich aan en medische adviezen moeten gebaseerd zijn op goede informatie en op de individuele situatie.
Dat is ook een belangrijke reden waarom het ZNVR niet alleen naar training kijkt, maar juist naar samenwerking tussen verschillende professionals.
Stel dat je zwanger bent en merkt dat paardrijden anders voelt. Je hebt bijvoorbeeld meer last van je bekken. Je zit minder stabiel. Je krijgt rugklachten. Je voelt je sneller vermoeid of merkt dat bepaalde bewegingen niet meer prettig zijn.
Dan hoeft het antwoord niet te zijn: “Dan moet je maar stoppen.”
Maar het hoeft ook niet te zijn: “Gewoon doorgaan, want bewegen is gezond.”
Er zit een groot gebied tussen die twee uitersten.
Een ruiterfysiotherapeut of hippisch oefentherapeut kan bijvoorbeeld kijken naar je bewegingsapparaat, je belastbaarheid en de manier waarop je beweegt in relatie tot het paard. Binnen het ZNVR zijn professionals aangesloten die zich specifiek in de paardensport hebben verdiept.
Een Ruitervitaal Coach heeft weer een andere rol. Die kan helpen bij training, fitheid, belastbaarheid en het ontwikkelen van een sterker en fitter lichaam naast het paard.
Belangrijk daarbij is het onderscheid tussen behandelen en trainen. Een Ruitervitaal Coach is geen vervanging voor een fysiotherapeut of oefentherapeut wanneer er sprake is van een blessure of medische klacht. Binnen het ZNVR wordt juist het samenwerken tussen deze disciplines benadrukt. Dat is de kracht van ons netwerk en op de zorgzoeker kun je vinden wie het dichts bij jou in de buurt zit!
Op internet is het niet altijd eenvoudig om te beoordelen hoeveel kennis iemand daadwerkelijk heeft over de paardensport.
De titel Ruitervitaal Coach is bijvoorbeeld niet beschermd. In principe kan iemand zichzelf zo noemen zonder dat daar automatisch een specifieke opleiding aan vooraf is gegaan. Het ZNVR stelt daarom aanvullende eisen aan professionals die op de zorgzoeker willen staan. Wil je hier meer over weten, dan kun je de posts over dit onderwerp vinden op onze kennisbank of een mail sturen naar beheer@znvr.nl.
Voor fysiotherapeuten en oefentherapeuten geldt dat zij hun reguliere beroepsopleiding hebben gevolgd en daarnaast aantoonbare kennis en affiniteit met de paardensport moeten hebben. Het ZNVR heeft bovendien een basisopleiding ruitersport ingesteld om ervoor te zorgen dat professionals op de zorgzoeker minimaal een gemeenschappelijke basiskennis hebben.
Dat vinden we belangrijk. Want een ruiter is geen standaard sporter. Een ruiter beweegt samen met een ander levend wezen. De fysieke mogelijkheden van de ruiter hebben invloed op de communicatie met het paard en andersom. Wie een ruiter begeleidt, moet daarom begrijpen wat paardrijden vraagt.
Het onderwerp van Friso ging niet alleen over zwangerschap. Hij vertelde over de invloed van het vrouwelijk lichaam op sportprestaties en over fysiologische veranderingen rond de menstruatie, zwangerschap en overgang. Dat past precies bij een ontwikkeling die we binnen de paardensport steeds vaker zien. De ruiter zelf wordt steeds serieuzer bekeken als onderdeel van de sport. Niet alleen het paard wordt getraind. Niet alleen het zadel wordt aangepast. Niet alleen de training wordt geanalyseerd.
Ook het lichaam van de ruiter verdient aandacht.
En daarbij hoort kennis over het vrouwelijke lichaam.
Twijfel je over of je hulp nodig hebt? Stel jezelf dan eens de volgende vragen:
Dan hoef je niet te wachten tot een klacht groot wordt.
Een ruitervitaal coach kan helpen met trainen en belastbaarheid. Een ruiterfysiotherapeut of hippisch oefentherapeut kan helpen wanneer er sprake is van lichamelijke klachten of bewegingsproblemen. En bij medische vragen, bijvoorbeeld rondom zwangerschap, bloeddruk of andere gezondheidsproblemen, hoort uiteraard een arts of verloskundig zorgprofessional in beeld te zijn.
Het mooie is dat deze professionals elkaar niet hoeven te vervangen.
Ze kunnen elkaar juist aanvullen.
Via de zorgzoeker van het ZorgNetwerk Voor Ruiters kun je zoeken naar professionals die aantoonbaar affiniteit hebben met de paardensport en die aan de eisen van het netwerk voldoen.
De onderzoeken van Friso Delemarre zijn geschreven vanuit de geneeskunde en de wetenschap. Niet vanuit de paardensport. Toch geven ze aanleiding tot een belangrijke gedachte voor iedere ruiter en paardenliefhebber: gezondheid is geen vaststaand gegeven.
Je lichaam verandert. Door training. Door leeftijd. Door hormonen. Door zwangerschap. Door herstel. Door ziekte. Door stress. En soms simpelweg door een periode waarin je meer van jezelf vraagt dan je gewend bent.
Dat betekent niet dat je minder moet gaan doen. Het betekent dat je beter moet leren kijken naar wat jouw lichaam nodig heeft. En misschien is dat uiteindelijk precies waar goede ruiterzorg om draait. Niet zo lang mogelijk doorgaan ten koste van je lichaam. Maar zorgen dat je lichaam sterk, belastbaar en gezond genoeg blijft om samen met je paard te kunnen bewegen.
Friso Delemarre rijdt zelf dan misschien geen paard.
Maar als ‘huisgynaecoloog’ van het ZNVR heeft hij ons wel geholpen om nog beter te kijken naar één van de belangrijkste onderdelen van de paardensport: de ruiter zelf.