Ruiterhouding en paardenwelzijn: wat doet jouw lichaam tijdens het rijden?

Zit jij weleens op je paard en heb je het gevoel dat één kant makkelijker is dan de andere? Dat je steeds naar dezelfde kant zakt? Dat één stijgbeugel korter lijkt? Of dat je paard linksom heel anders aanvoelt dan rechtsom?

Misschien heb je jezelf dan weleens afgevraagd:

Ligt het aan mij?

Het eerlijke antwoord is: dat kan, maar het hoeft niet.

Paardrijden is namelijk een samenspel tussen paard, ruiter en zadel. Als ruiter ben je geen passagier die toevallig op de rug van je paard zit. Je lichaam beweegt voortdurend mee met het paard en beïnvloedt daarmee ook de manier waarop krachten tussen jou, het zadel en je paard worden overgebracht. Wetenschappelijk onderzoek laat steeds meer zien dat de houding en beweging van de ruiter daarbij een rol spelen.

Maar het onderzoek laat óók iets anders zien: het is meestal veel te eenvoudig om te zeggen dat een paard “scheef” is omdat zijn ruiter scheef zit. Daarom is het interessant om niet alleen naar je paard te kijken, maar ook eens naar jezelf als ruiter.

Fleur van Haren en haar paard springen samen over een hindernis
Wanneer je rijdt, bewegen jij en je paard letterlijk samen.

Jij bent onderdeel van de combinatie

Je paard maakt een beweging en jouw lichaam reageert daarop. Je bekken beweegt mee met de rug van je paard, je romp vangt bewegingen op en je benen en handen geven hulpen. Tegelijkertijd moet je zelf in balans blijven. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het betekent dat er ontzettend veel tegelijkertijd gebeurt.

Een recente wetenschappelijke review uit 2026 bracht onderzoek naar ruiterbiomechanica, asymmetrie en paardenwelzijn samen. Balog et al. (2026) beschrijven daarin onder andere hoe bekkenpositie, rompcontrole en links-rechtsverdeling van de ruiter samenhangen met de interactie tussen ruiter, zadel en paard. De auteurs benadrukken wel dat het wetenschappelijke bewijs nog in ontwikkeling is en dat veel onderzoeken relatief klein zijn.

Dat betekent dus niet dat er één ideale manier van zitten bestaat. Het betekent vooral dat jouw lichaam onderdeel is van wat er tijdens het rijden gebeurt.

Maar iedereen is toch een beetje scheef?

Ja.  Niemand is volledig symmetrisch. Je hebt waarschijnlijk een voorkeursbeen, een voorkeurshand en bepaalde bewegingspatronen die je gemakkelijker afgaan. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn.

Maar hoeveel asymmetrie hebben ruiters eigenlijk? Daar hebben onderzoekers naar gekeken.

Irma Wormgoor is ruitervitaal coach en laat een oefening zien
Irma Wormgoor is naast bestuurslid ook ruitervitaal coach en ondersteunt ruiters bij het optimaliseren van hun fysieke gesteldheid.

Hobbs et al. (2014) onderzochten 127 rechtshandige ruiters uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ze bekeken onder andere beenlengte, grijpkracht, houding van de wervelkolom, zithouding en flexibiliteit van de romp.

De onderzoekers vonden verschillende links-rechtsverschillen in houding en beweging. Zo werden verschillen gevonden in de hoogte van de schouders en het bekken. Ook zagen ze verschillen in de beweeglijkheid van de romp die samenhingen met rijervaring en wedstrijdniveau.

Dat is interessant als je zelf regelmatig denkt: “Waarom voelt mijn linker- en rechterkant zo verschillend?” Je bent daarin zeker niet de enige.

Tegelijkertijd kunnen we op basis van dit onderzoek niet zeggen dat het rijden deze asymmetrieën veroorzaakt. De onderzoekers benadrukken juist dat asymmetrie uit verschillende lichamelijke factoren kan ontstaan.

Een asymmetrie is dus niet automatisch een probleem en ook niet automatisch veroorzaakt door paardrijden.

Voel jij hoe scheef je zit?

Dit is misschien wel een van de interessantste vragen. Je kunt namelijk moeilijk je eigen lichaam objectief voelen. Als je jarenlang op een bepaalde manier zit, voelt die houding voor jou waarschijnlijk normaal.

Je hersenen hebben geen ingebouwde waterpas waarmee ze zeggen: “Je zit nu 3 graden naar links.” Je lichaam heeft vooral geleerd: “Dit voelt bekend.” Ook daar is onderzoek naar gedaan.

De review van Balog et al. (2026) beschrijft dat meer dan 60% van de ondervraagde ruiters aangeeft een bepaalde vorm van “sidedness” te ervaren, terwijl de overeenstemming tussen wat ruiters zelf waarnemen en wat objectief wordt gemeten slechts matig is. Dat suggereert dat ruiters hun eigen asymmetrie niet altijd goed kunnen inschatten.

Dat maakt feedback interessant. Niet omdat iemand jou moet vertellen dat je “fout” zit.

Maar omdat wat je voelt en wat je daadwerkelijk doet twee verschillende dingen kunnen zijn.

Sophie Delemarre is aangesloten bij het ZorgNetwerk Voor Ruiters als (ruiter)fysiotherapeut. Zij gebruikt onder andere paardrijsimulator Joker om ruiters te helpen om bewust te worden van hun houding.

Wat gebeurt er met je paard wanneer jij anders gaat zitten?

Dit is natuurlijk de vraag die voor de meeste ruiters het interessantst is. Want uiteindelijk wil je niet alleen weten of jij links en rechts hetzelfde zit.

Je wilt weten: Heeft het invloed op mijn paard? Onderzoekers van de Universiteit van Zürich onderzochten dit bij 80 paard-ruitercombinaties. Gunst et al. (2019) gebruikten onder andere een drukmat onder het zadel en bewegingsanalyse om te onderzoeken hoe kenmerken van paard én ruiter samenhangen met de krachten onder het zadel.

En daar kwamen interessante resultaten uit. Wanneer een ruiter tijdens de zittende draf aan één kant door de heup “inzakte”, nam de kracht aan de tegenoverliggende kant onder het zadel toe. Wanneer de ruiter met het bovenlichaam naar één kant kantelde, nam de kracht aan diezelfde kant toe.

Dat betekent niet: “Als jij scheef zit, doet je paard pijn. Daarvoor is het onderzoek niet sterk genoeg. Maar het laat wel zien dat wat jij met je lichaam doet daadwerkelijk invloed kan hebben op de krachten die op de rug van je paard terechtkomen. En dat maakt je eigen houding ineens een stuk interessanter.

Irma Wormgoor past een zadel

Je zadel vertelt misschien meer dan je denkt

Misschien herken je deze situatie. Je stapt op. Je maakt je stijgbeugels gelijk. Je rijdt een paar rondjes. En na een tijdje voelt één stijgbeugel ineens langer. Of je zadel ligt niet meer helemaal in het midden. Je trekt het zadel weer recht. Een paar minuten later ligt het opnieuw scheef. Frustrerend. Maar voordat je denkt: “Mijn zadel is gewoon slecht.” is het interessant om naar het hele systeem te kijken.

Greve en Dyson onderzochten bij een grote groep sportpaarden onder andere de relatie tussen zadelverschuiving, bewegingsafwijkingen en de vorm van de rug

In hun onderzoek kwam zadelverschuiving regelmatig voor en bleek deze sterk samen te hangen met bewegingsafwijkingen, waaronder kreupelheid. Ook een scheve zit van de ruiter was één van de factoren die met zadelverschuiving samenhing.

Dat geeft ons een belangrijke les: Een zadel dat naar één kant schuift vertelt je dat er iets gebeurt. Het vertelt je niet automatisch waarom. Het kan aan het paard liggen. Het kan aan het zadel liggen. Het kan aan de ruiter liggen. En het kan ook een combinatie zijn.

“Maar mijn paard is gewoon scheef” In hun onderzoek kwam zadelverschuiving regelmatig voor en bleek deze sterk samen te hangen met bewegingsafwijkingen, waaronder kreupelheid. Ook een scheve zit van de ruiter was één van de factoren die met zadelverschuiving samenhing. Dat geeft ons een belangrijke les: Een zadel dat naar één kant schuift vertelt je dat er iets gebeurt. Het vertelt je niet automatisch waarom. Het kan aan het paard liggen. Het kan aan het zadel liggen. Het kan aan de ruiter liggen. En het kan ook een combinatie zijn

Dit is iets wat veel ruiters zullen herkennen. Linksom voelt je paard soepel. Rechtsom voelt alles ineens ingewikkelder. Of andersom. Je hebt het gevoel dat je paard aan één kant gemakkelijker nageeft, beter buigt of gemakkelijker aanspringt. Wat doe je dan? Meer been geven? Je paard nog rechter proberen te maken? Een andere oefening proberen? Dat kan allemaal.

Maar het kan ook interessant zijn om jezelf een andere vraag te stellen: Wat doe ik anders wanneer ik deze kant op rijd? Misschien verandert de positie van je bekken. Misschien draai je je romp iets anders. Misschien neem je onbewust meer gewicht op één zitbeen. Misschien verandert de manier waarop je been contact maakt. Of misschien verandert er helemaal niets bij jou en zit de oorzaak ergens anders. Je kunt dat niet betrouwbaar bepalen door alleen maar naar één stukje van de puzzel te kijken.

Wat doet je houding tijdens de draf?

Ook daar is onderzoek naar gedaan! Martin, Chèze, Pourcelot et al. (2016) onderzochten wat er bij drie paarden gebeurt wanneer een ruiter tijdens de draf zit of uit het zadel komt. Ze maten onder andere bewegingen  van de rug en romp van het paard, druk onder het zadel en krachten in de stijgbeugels.

De onderzoekers vonden dat de verschillende fasen van de rising trot inderdaad verschillende effecten hadden op de beweging van de paardenrug en de drukverdeling onder het zadel. Tijdens de zittende fase was de druk onder het zadel hoger dan tijdens de staande fase. Het onderzoek was klein (drie paarden met dezelfde ruiter) dus je kunt de resultaten niet zomaar naar iedere ruiter en ieder paard vertalen.

Maar het onderzoek laat wel mooi zien dat de manier waarop je je in het zadel beweegt meetbare gevolgen heeft voor wat er onder het zadel gebeurt.

Ruiterhouding is meer dan alleen zitten

Het gaat dus niet om “recht zitten”. Misschien is dit wel de belangrijkste boodschap van het hele verhaal. Een goede ruiterhouding betekent niet simpelweg:

schouders recht – hakken laag – tenen naar voren.

Je paard beweegt. Daar moet jouw lichaam op reageren. Je moet kunnen meebewegen zonder in te storten. Je moet je balans kunnen bewaren zonder jezelf vast te zetten. Je moet je handen kunnen gebruiken zonder je hele bovenlichaam mee te nemen. Je moet je benen onafhankelijk kunnen gebruiken. En je moet tegelijkertijd voelen wat je paard doet.

Een ruiter moet geen standbeeld zijn. Een goede ruiterhouding is dynamisch. De review van Clayton et al. over de biomechanische effecten van ruiters beschrijft bijvoorbeeld hoe de bekkenpositie en rompbeweging van de ruiter onderdeel zijn van de manier waarop ruiter en paard samen bewegen.

 

Kun je je ruiterhouding trainen?

Absoluut. Maar niet per se door jezelf de hele tijd te vertellen: “Ik moet rechter zitten.”

Het is veel interessanter om te onderzoeken waarom je lichaam een bepaalde positie kiest. Kun je je bekken onafhankelijk bewegen? Kun je je gewicht links en rechts even goed verplaatsen? Kun je je romp stabiel houden terwijl je bekken beweegt? Kun je je been onafhankelijk van je bovenlichaam gebruiken? En kun je dat ook wanneer je paard beweegt?

Dat zijn veel interessantere vragen dan alleen: “Zit ik recht?”

Onderzoek naar ruiter op een houten paard

Een recenter onderzoek van 147 ruiters keek bijvoorbeeld naar de kracht die ruiters met hun linker- en rechterbeen via de stijgbeugels uitoefenden.

De onderzoekers gebruikten hiervoor een houten paard en meetapparatuur in de stijgbeugelriemen. Ze vonden dat de meerderheid van de ruiters tijdens verschillende gesimuleerde rijposities asymmetrische krachten uitoefende. De onderzoekers noemen het onderzoek zelf voorlopig en benadrukken dat verder onderzoek nodig is.

Dat is interessant als je jezelf afvraagt: “Waarom voelt mijn rechterbeen altijd sterker?” Of: “Waarom heb ik links meer moeite om mijn been op de juiste plek te houden?”

Het kan zijn dat je daar daadwerkelijk een meetbaar verschil in hebt.

Je hoeft niet perfect symmetrisch te zijn

Dat is misschien wel een geruststellende boodschap. Het doel van een ruitercheck zou niet moeten zijn: “We gaan alle asymmetrie uit jouw lichaam halen.” Dat is niet realistisch. En ook niet nodig.

Het interessantere doel is: begrijpen wat jouw lichaam doet. Waar beweeg je gemakkelijk? Waar compenseer je? Waar heb je links en rechts een verschil?

En vooral: wat gebeurt er met die verschillen wanneer je op je paard zit? Want misschien heb je op de grond nauwelijks een verschil. En misschien wordt het verschil tijdens het rijden ineens veel groter. Of andersom. Dat is precies de informatie die je nodig hebt om gericht verder te kunnen.

Ook je paard geeft informatie

Je paard kan natuurlijk niet vertellen: “Je zit vandaag 4 centimeter naar links.” Maar gedrag en beweging kunnen wel aanleiding geven om verder te kijken.

Bijvoorbeeld wanneer je merkt dat je paard:

  • steeds over dezelfde schouder valt;
  • linksom anders aanvoelt dan rechtsom;
  • moeite heeft met één bepaalde galop;
  • steeds dezelfde kant op zakt;
  • moeite heeft met een bepaalde overgang;
  • onder de ruiter anders beweegt dan aan de longe;
  • of bij een andere ruiter opvallend anders beweegt.

Geen van deze signalen bewijst dat de ruiter de oorzaak is. Maar ze kunnen wel aanleiding zijn om de combinatie verder te onderzoeken.

Eerst kijken, dan conclusies trekken

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les uit de wetenschappelijke literatuur. We zijn in de paardensport soms erg goed in het aanwijzen van één oorzaak.

  • “Hij is gewoon scheef.”
  • “Je zadel ligt verkeerd.”
  • “Je moet rechter zitten.”
  • “Je paard is links sterker.”

 

Maar de werkelijkheid is vaak ingewikkelder. Gunst et al. (2019) lieten bijvoorbeeld zien dat zowel ruiter- als paardfactoren samenhangen met asymmetrische krachtverdeling onder het zadel. Juist daarom benadrukken de onderzoekers dat paard, ruiter en zadel gezamenlijk moeten worden meegenomen in de interpretatie.

Dat betekent dat we soms beter kunnen stoppen met zoeken naar wie de oorzaak is en beginnen met onderzoeken wat er gebeurt.

Check je lijf, doe een ruitercheck!

Misschien herken je één of meerdere van deze dingen:

  • Je hebt het gevoel dat je steeds naar dezelfde kant zakt.
  • Eén stijgbeugel voelt steeds langer dan de andere.
  • Je zadel verschuift naar één kant.
  • Je paard voelt linksom anders dan rechtsom.
  • Eén galop aanspringen gaat gemakkelijker dan de andere.
  • Je hebt het gevoel dat één been minder goed meedoet.
  • Je hebt moeite om je gewicht links en rechts gelijk te verdelen.
  • Je paard loopt bij een andere ruiter anders.
  • Je merkt dat je houding op foto’s anders is dan je dacht.
  • Je wilt gewoon eens objectief weten hoe jij beweegt.

Dan kan het interessant zijn om je ruiterhouding en beweging eens niet op gevoel, maar objectief te laten bekijken. Onze fysio- en oefentherapeuten kunnen je hierbij helpen!